Tweetalig onderwijs op de basisschool. Een nieuwe tijd, een nieuwe norm

De wereld wordt steeds kleiner. Niet letterlijk, maar wel figuurlijk. Vroeger stond het bezoeken van een ander continent gelijk aan een ellenlange reis die slechts voor enkelen was weggelegd. Tegenwoordig hoeven wij er nog maar een paar uur voor te vliegen. Niet alleen mensen, maar ook nieuwsfeiten verspreiden zich sneller dan ooit. Gebeurtenissen die zich aan de andere kant van de wereld afspelen verschijnen binnen enkele seconden op onze beeldschermen. De rest van de wereld komt steeds dichterbij en wordt dus relevanter.

Wereldwijd spreken anderhalf miljard mensen de Engelse taal. Doordat ruim een-zesde van de wereldbevolking deze taal spreekt is het Engels de belangrijkste en meest gesproken taal ter wereld. Het aantal mensen dat Engels, als tweede taal spreekt, is zelfs groter dan het aantal mensen dat het spreekt als moedertaal. Alleen al uit dat gegeven kan worden afgeleid dat de Engelse taal een cruciaal communicatiemiddel is tussen mensen met verschillende achtergronden.

De wereld globaliseert en grenzen vervagen. In deze realisatie moet het Engels een veel prominentere plek krijgen binnen het onderwijs

In de moderne wereld is de Engelse taal nog altijd de meest dominante Lingua Franca. Zo is het de voertaal in de wetenschap en in de wereldhandel. In het gekapitaliseerde en verlichte westen zijn dit twee terreinen waar wij niet alleen bovengemiddeld trots op, maar ook afhankelijk van zijn. Om als kritisch burger volwaardig deel te kunnen nemen aan de hedendaagse maatschappij is het noodzakelijk om de Engelse taal te beheersen. Op de beurs, in wetenschappelijke publicaties en op sociale media is de voertaal Engels. Jongeren leven steeds meer online, het bedrijfsleven wordt steeds internationaler en de politieke en juridische besluitvorming schaalt steeds verder op. De wereld globaliseert en grenzen vervagen. In deze realisatie moet het Engels een veel prominentere plek krijgen binnen het onderwijs.

Uit onderzoek blijkt dat er geen leeftijd bestaat waarop kinderen te jong zijn om een tweede taal te leren. “De hersenen van jonge kinderen van nul tot zeven jaar zijn zo open voor het opslaan van informatie dat het niet uitmaakt of er één of twee taalsystemen in de basis worden opgebouwd. Er zijn hersencellen genoeg en in deze periode kunnen hersencellen net zoveel verbindingen aangaan als door stimulatie vanuit de omgeving mogelijk wordt gemaakt” (Goorhuis-Brouwer, 2006). Omdat de omstandigheden in deze eerste zeven levensjaren ideaal zijn om een tweede taal te leren en de beheersing van het Engels steeds belangrijker wordt, moet hier gebruik van worden gemaakt.

Kinderen presteren er beter door, leren het beter en blijven bovendien niet achter in de ontwikkeling van de moedertaal (Corda, Phielix en Krijnen, 2012). Veel scholen in het basisonderwijs beginnen pas in de bovenbouw met de Engelse les, terwijl alleen kinderen in de onderbouw in de zogenaamde ‘kritische periode’ van hun eerste zeven levensjaren verkeren. Dit betekent niet dat kinderen in de bovenbouw automatisch veel moeite hebben met het leren van een tweede taal, maar het betekent wel dat de zeven meest vruchtbare jaren voor taalverwerving al zijn weggegooid.

Kinderen presteren er beter door, leren het beter en blijven bovendien niet achter in de ontwikkeling van de moedertaal

Door vanaf de start van de basisschool tweetalig onderwijs te geven, kan er optimaal gebruik worden gemaakt van de periode waarin kinderen het meest ontvankelijk zijn voor taalverwerving. Naast het feit dat een goede beheersing van de Engelse taal steeds belangrijker wordt en het gegeven dat het aanleren van een tweede taal niet ten koste gaat van de ontwikkeling van de moedertaal, geldt dat er noemenswaardige, positieve neveneffecten uit tweetalig onderwijs voortvloeien.

Academisch onderzoek aan de Vrije Universiteit in Brussel heeft aangetoond dat tweetalig geschoolde kinderen, in de leeftijdsgroep van circa zeven tot elf jaar sneller zijn in aandachts-, taal- en rekentaken dan hun eentalig geschoolde leeftijdsgenoten. Daarnaast werd tijdens de uitvoering van deze taken bij de tweetalige kinderen ook nog eens een minder grote herseninspanning gemeten (VU Brussel, 2010).

Gezien de enorme voordelen en het gebrek aan nadelen moet tweetalig onderwijs de norm worden. Aangezien tweetalig onderwijs betekent dat er niet alleen Engels wordt onderwezen, maar er ook in het Engels onderwezen wordt, moeten leerkrachten het Engels op C1-niveau beheersen om volledig functioneel te zijn in de informele en incidentele taalsituaties die kunnen voorkomen bij andere vakken dan het Engels (SLO, 2015). De taalontwikkeling bij kinderen verloopt immers aantoonbaar sneller onder leiding van een leerkracht met een vergevorderde taalvaardigheid, dan bij een minder gevorderde leerkracht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here