Investeren in basisonderwijs

In de laatste weken van deze zomervakantie, waarin de sleur der dingen werd onderbroken en plaatsmaakte voor een lege agenda, die in geval van luxe kon worden ingevuld met een vakantie in binnen- of buitenland en werd aangevuld met, of bij gebrek aan luxe, geheel vervangen werd door een x-aantal weken thuis, zullen de meeste kinderen zich bewust of onbewust gaan voorbereiden op het nieuwe schooljaar. Waar de een niet kan wachten tot het zover is, ontwikkelt een ander een steeds omvangrijker doembeeld van zijn of haar terugkeer naar die vreselijke plek, waar boeken en orde de scepter zwaaien. In dit stadium van de zomerweken zal meer consensus heersen onder de ouders. Velen zullen het niet hardop zeggen, maar in gedachten uitkijken naar de eerste dag na de ellenlange zomervakantie.

Het Nederlandse basisonderwijs piept en kraakt

Terwijl miljoenen ouders in meer of mindere mate zullen uitkijken naar het moment waarop zij hun kinderen over enkele weken kunnen afleveren bij hun meesters en juffen, lijken de problemen van het vorige schooljaar nog altijd niet te zijn beantwoord. Het Nederlandse basisonderwijs piept en kraakt en hoewel ons onderwijsstelsel nog altijd tot de besten op aarde behoort, groeien de problemen in het basisonderwijs verder en verder. Voor de zomer plakte het kabinet een pleister op deze wond met een loonsverhoging voor leerkrachten in het basisonderwijs en een halvering van het collegegeld voor toekomstige pabostudenten in de eerste twee jaar van hun studie. Tegelijkertijd is er voor de echte problemen, nog geen echte oplossing gevonden. De politiek lijkt op dit dossier alleen maar achter de feiten aan te lopen. Waar het probleem van vergrijzing onder het onderwijspersoneel zich al vele jaren aandiende, werd geen enkele vorm van actie ondernomen. Waar leerkrachten steen en been klagen over de torenhoge werkdruk, wordt de administratieve ballast niet verlaagd, krijgen basisscholen geen extra rijksbudget voor onderwijsassistenten, maar gebeurt er wederom niets.

Waarom weigert een overheid die het afgelopen jaar elf miljard euro minder uitgaf, dan het aan belastinggeld binnenkreeg om te investeren in de toekomst. Want welke andere investering dan die in het basisonderwijs raakt zo direct aan onze kinderen? Juist in de wetenschap dat deze kinderen in het politieke debat te pas en te onpas ter berde worden gebracht als inspiratiebron van onze volksvertegenwoordigers. 

Het CDA dat zegt: “als we het onze kinderen niet meer kunnen uitleggen, is het tijd voor verandering,” moet op Prinsjesdag komen met vergaande investeringen voor de leerkrachten die het na de zomer weer aan onze kinderen moeten gaan uitleggen. De zelfgekroonde onderwijspartij D’66 moet de portemonnee trekken zodat Rob en zijn klasgenootjes ook de komende jaren voorzien blijven van goed onderwijs. Klaas Dijkhoff die het tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van vorig jaar vrijwel alleen maar heeft gehad over de toekomst van kinderen, moet met de vuist op tafel slaan voor het basisonderwijs.

In woorden lijken deze regeringspartijen tot veel bereid, maar de praktijk heeft tot op heden alleen maar teleurgesteld. Op 17 september is het Prinsjesdag. De kinderen zullen in de klas zitten, hun meesters en juffen zullen weer aan het werk zijn, de vraag is of de politiek ook voor hen zal hebben gewerkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here