Lachende boeren, een samenleving met kiespijn. Het boerenprotest, de terugblik.

De afgelopen weken hebben boeren uit heel Nederland elkaar omarmd in woede. In eerste instantie gedragen door het volk, bij nader inzien zou Wim Kieft concluderen dat een aantal boeren misschien toch te veel in zichzelf is gaan geloven. “Vandaag zijn wij de baas. Niet het OM. Niet de overheid.” Stevige uitspraken, die veel te maken hebben met emotie, maar weinig met gevoel voor rechtsorde. Een in de weg staand hek, paaltje of deur wordt vakkundig naar de grond getrekkerd, want men heeft immers gelijk.

Demonstratierecht bestaat niet op een snelweg of tramspoor en al helemaal niet in de deurpost van een provinciehuis

Wie de achterliggende argumenten bekijkt, begrijpt dat de agrarische sector boos is, sterker begrijpt dat men protesteert. De manier waarop werkt echter averechts, althans wat de gunst van het volk betreft. Ellenlange files, omdat de boeren boos zijn. Op de forenzen? Op de weggebruiker? Nee, maar die moeten het wel ontgelden. Een tractor, pardoes op het tramspoor geparkeerd. Is men boos op de OV-gebruikers? Nee, maar die moeten het wel ontgelden. Doodsbange loketbedienden en secretaresses, die in tranen achter hun bureautje of keukenblad zitten en hun werkomgeving moeten ontvluchten, omdat een stel halvegare mafkezen een overheidsgebouw willen bestormen. Is men boos op deze hardwerkende vaders en moeders? Nee, maar die moeten het wel ontgelden. Deze raddraaiers, die het verzieken voor die veel grotere groep vreedzaam protesterende boeren, die het verzieken voor willekeurige andere Nederlanders, moeten zich kapot schamen. Dit heeft niets met demonstratierecht te maken. Demonstratierecht bestaat niet op een snelweg, niet op een tramspoor en al helemaal niet in de deurpost van een Provinciehuis.

Politici besloten bij gebrek aan ballen om de afspraken sneller door de shredder te halen dan ze op papier waren gezet

In een poging de vele boerenstemmen en de aanvankelijke brede publieke steun voor het boerenprotest om te zetten in politiek gewin, lieten onze volksvertegenwoordigers zich weer eens massaal van hun slechtste kant zien. In Den Haag buitelden partijen zich over elkaar heen om de boeren te steunen. Zelfs Jesse Klaver kwam speciaal opdraven om zich te laten uitschelden en middelvingers te incasseren. Wat heerlijk om zo over de rug van de boeren punten te scoren bij zijn eigen achterban. Waar Haagse politici het voorbeeld gaven, duurde het niet lang voordat hun provinciale collegae volgden. De boze boeren hadden hun tractoren amper geïnstalleerd voor de provinciehuizen, of men ging al overstag. Provinciale bestuurders besloten bij gebrek aan figuurlijke ballen en een ernstig tekort aan ruggengraat om de provinciale afspraken over stikstof nog sneller door de shredder te halen dan ze op papier waren gezet. Laf, dom en bovenal een lont in het kruitvat. Want op die enkele plekken waar bestuurders zich niet lieten intimideren door de vele vreedzame protestanten en die enkele gewelddadige gekkies, werden verontwaardiging en woede gevoed.

De boerenprotesten hebben ons geleerd dat volkssteun te voet komt en per tractor gaat, dat niet alleen Haagse, maar ook provinciale politici – biologisch gezien – kunnen worden ingedeeld in de klasse der ongewervelden en bovenal dat het stikstofdossier een langdurige, maatschappelijke splijtzwam belooft te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here