Een Israël-criticus is geen antisemiet!

Dries van Agt is een antisemiet. Zo blijkt uit de steun van de moraalridders van de Tweede Kamer aan de motie van SGP-Kamerlid Van der Staaij om in de strijd tegen het ‘veelkoppige monster van antisemitisme’ de regering te vragen om steun te verlenen aan het hanteren van een ‘internationale’ definitie van het antisemitisme opgesteld door de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA). Het gaat om een definitie waarin kritiek op Israël gelijk wordt gesteld aan antisemitisme. Afgelopen najaar noemde de gerespecteerde Dries van Agt, oud-premier van drie kabinetten en CDA’er in hart en nieren, Israël nog een schurkenstaat. Met het hanteren van de IHRA- definitie kwalificeert het CDA, die ook steun gaf aan de motie, haar oude partijleider en vele anderen als antisemiet, wat natuurlijk in de eerste plaats buitengewoon paradoxaal en daarnaast zeer absurd is, want kritiek op de staat Israël is geen antisemitisme.

Een Ander Joods Geluid, waarschuwt voor de beteugeling van de vrijheid van meningsuiting. ‘Binnen de kaders van vrije meningsuiting moét kritiek op Israël of elk ander land gewoon kunnen’. Het kardinale bezwaar tegen de IHRA-definitie is dus dat kritiek op het karakter en het beleid van de staat Israël als antisemitisme wordt aangemerkt en daarmee strafbaar wordt gesteld conform Art. 137c (Sr. Belediging van een bevolkingsgroep). Het gevolg is dat kritiek net als in een dictatuur wordt verboden. Wie een hond wil slaan, zal geen stok meer mogen vinden als de definitie óók door de Eerste Kamer komt.

Israël is uitgegroeid van underdog tot een agressieve mensenrechten schendende supressor

Het bekritiseren van Israël is niets anders dan het bekritiseren van Oeganda, Oekraïne, of Oezbekistan. De criticus kijkt puur of de overheid in lijn met de mensenrechten handelt. De kritiek staat dus los van het Jodendom. Kritiek op Israël antisemitisch noemen is even irrationeel als het censureren van commentaar op beleid van de Nazi’s tegen de Joden omdat dit haat richting Duitsers zou zijn of een persoon als Arabierenhater bestempelen, omdat hij Saoedi-Arabië aanspreekt op de misstanden in het Koninkrijk. Krommer kan niet.

Nadat eind 1967 de Israëliërs, die zich vóór de Zesdaagse Oorlog pragmatisch schuilhielden achter een zogenaamde appeasementpolitiek, met hulp van de Amerikanen de Egyptische infanterie wisten te overmeesteren, groeide Israël uit van underdog tot agressieve mensenrechten schendende supressor. Volgens Amnesty International heeft de huidige Israëlische regering ‘geen respect voor mensenrechten en internationale verdragen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de jarenlange uitbreiding van de Joodse nederzettingen in Palestijns gebied, het doden van Palestijnse burgers, onder wie kinderen, en het gevangenhouden van honderden Palestijnen zonder proces. Naast het feit dat eenieder de vrijheid heeft om kritiek te geven op wie dan ook, is er bij Israël ook nog eens veel aanleiding voor. Sterker nog, het is zelfs van belang om aandacht te krijgen voor de mensenrechtenschendingen van het regime van Netanyahu. Het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël), pro-Israël en inmiddels bekend om het hebben van zeer grote lenigheid in het verdraaien van de feiten, spreken niet geheel tegen de verwachtingen in de constatering van Amnesty volledig tegen.

Kritiek hebben op het karakter en het beleid van Israël behoort niet tot antisemitisme.

Volgens het CIDI, fervent voorstander van het gebruiken van de IHRA-definitie, gaat kritiek op Israël negen van de tien keer gepaard met antisemitische complottheorieën en vooroordelen. Hoewel kritiek op Israël wel eens antisemitisme kan bevatten en dat natuurlijk verwerpelijk is, is deze constatering natuurlijk zeer generaliserend. Bovendien heeft het CIDI een belang in dit verhaal, want het censureren van kritiek op Israël past in zijn straatje; namelijk het Nederlandse publiek voorzien van een “waarheidsgetrouw” beeld over Israël, waarin alle mensenrechtenschendingen zijn verdwenen als sneeuw voor de zon.

Kritiek op het karakter en het beleid van Israël behoort niet tot antisemitisme.  Ook vanuit Joodse hoek regent het kritiek op Israël. Deze Joodse critici zijn geen ‘einzelgängers’ of verstandelijk gehandicapten, maar aanzienlijke organisaties met duizenden aanhangers, zoals de International Jewish Anti-Zionist Network (IJAN) en de Neturei Karta. De laatste organisatie beschouwt het bestaan van Israël zelfs als niet legitiem “Neturei Karta oppose the so-called “State of Israël” not because it operates secularly, but because the entire concept of a sovereign Jewish state is contrary to Jewish Law” Meer kritiek kun je nauwelijks geven. Als de Europese regeringen niet alleen zeggen wat ze gaan doen, maar ook doen wat ze zeggen en de IHRA- definitie in gebruik nemen, (chiasme) worden deze strenggelovige Joodse organisaties beschouwd als Jodenhaters. Paradoxaler kan niet.

Kritiek op het karakter en het beleid van Israël behoort niet tot antisemitisme. Het stelselmatig beledigen van joden daarentegen wel. Kritiek geven op Israël is niet anders dan het bekritiseren van andere landen. Daarnaast zijn veel Joden anti-Israël en zouden zij volgens de IHRA-definitie een hekel hebben aan zichzelf. Hieruit volgt dat deze definitie niet alleen irrationeel, maar ook zeer paradoxaal is. Ik roep de moraalridders van de Eerste Kamer op om onze collectieve vrijheden te beschermen door kritiek op Israel niet gelijk te stellen aan antisemitisme en dus strafbaar te stellen door de motie van Van der Staaij stante pede te verwerpen. Dries van Agt is géén antisemiet, maar een Israël-criticus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here