Vaderlandse Geschiedenis in vier misvattingen

Als het aan de Universiteit Leiden ligt moet de sectie ‘Vaderlandse Geschiedenis’ van naam veranderen. De huidige term zou niet meer ‘eigentijds’ zijn en aanpassing vereisen.
Ik was het daar niet mee eens en schreef daarom voor het NRC Handelsblad een artikel waarin ik het behoud van de term Vaderlandse Geschiedenis verdedigde. Het nieuws veroorzaakte een stroom aan ophef. Veel mensen reageerden verontwaardigd op het nieuws. Onder hen ook Tweede Kamerlid Michel Rog (CDA) en historicus Geerten Waling.
Daarop vroeg het Leidsch Dagblad leerstoelhouder Henk te Velde, de hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis, om een reactie over de ontstane ophef. Hierop schreef ik vervolgens een weerwoord, dat deze zaterdag in het Leidsch Dagblad verscheen.
Tot nu toe heb ik vooral de nadruk gelegd op waarom de naamswijziging niet nodig is, door een opsomming te geven van argumenten vóór het behoud van Vaderlandse Geschiedenis. Maar nu wil ik meer inhoudelijk kijken naar argumenten tégen de naam, en toetsen of ze hout snijden. Persoonlijk ben ik daar immers niet van overtuigd. Maar waar splitsen de wegen zich? Laten we daar eens goed naar kijken.

Vaderlandse Geschiedenis sluit niet goed aan op de inhoud

De inhoud gaat niet veranderen, waarom de naam dan wel? Na anderhalve eeuw is de term opeens een probleem geworden. En dat is vreemd. Juist de laatste jaren zien we een herwaardering voor de eigen geschiedenis. In een tijd waarin identiteit hoog op de politieke agenda staat, is er behoefte aan een gedeeld verhaal. Zie alleen al het feit dat CDA en SP het plan voor een nationaal historisch museum hebben afgestoft. Geschiedenis staat immers niet op zichzelf, maar is verweven met de samenleving. De waarde van geschiedenis om de boel bijeen te houden mag niet worden onderschat.
Daarnaast is het niet zo dat ‘Nederlandse Geschiedenis’ beter zou aansluiten op de inhoud. Integendeel, daarmee lijkt het alsof je slechts aandacht hebt voor het geografisch gesitueerde Nederland. Maar onze geschiedenis is veel rijker. Neem de bourgondische tijd, of de gebieden overzee als Suriname. Die horen er toch ook bij? In zekere zin is onze geschiedenis globaal: niet beperkt tot het polderland achter de dijken. De naam ‘Vaderlandse Geschiedenis’ doet daar meer recht aan. Het is minder begrensd. En daardoor ook uitnodigend voor discussie: wat valt er wel en niet binnen de grenzen van onze geschiedenis?

Vaderlandse Geschiedenis wekt een verkeerd beeld

Vaderlandse Geschiedenis zou de indruk wekken dat het onderwijs op achterhaalde – nationalistische – leest geschoeid zou zijn. Misschien is dat ook wel een probleem. Maar als dat het criterium is, dat een term een verkeerd beeld kan geven, waarom pakken we dan alleen Vaderlandse Geschiedenis aan? Denk bijvoorbeeld aan de renaissance, waar eveneens een bepaalde lading in zit. Of nog meer evident: de middeleeuwen. Gaan we die dan ook aanpassen?
Volgens mij is dat een heilloze weg. En ook leerstoelhouder Henk te Velde huldigde dit standpunt nog, in de tijd dat hij als hoogleraar in Leiden begon. Dat nodigt toch uit tot een citaat: ‘het zou jammer zijn als we de levende herinnering aan deze oudste leerstoel Vaderlandse Geschiedenis kwijt zouden raken. Bovendien dwingt deze term, juist omdat die zo ouderwets is, tot bezinning. Elke student Geschiedenis die die naam verdient moet er uit zichzelf over gaan nadenken. In het licht van de huidige discussie over nationale identiteit besteed ik ook zelf aandacht aan de vraag wat Vaderlandse Geschiedenis nu nog is. Het is allang niet meer bedoeld om het vaderland te versterken. Dat is een naïeve gedachte’.

Vaderlandse Geschiedenis is niet neutraal

Is het niet schijn? Een illusie opwerpen dat je zakelijk naar het eigen verleden kan kijken? Zoals gezegd gaat de inhoud niet veranderen, dus waarom wel de naam? Sust dat echt het geweten? Volgens mij is de misvatting hier het idee te willen wekken dat geschiedenis neutraal kan worden bestudeerd, zoals in de natuurwetenschap. Dat je een gebeurtenis kan isoleren, als in een laboratorium, en op afstand kan kijken wat er gebeurt.
Maar geschiedenis gaat over meer dan feiten. Het is vooral de vraag hoe we die interpreteren. ‘Het gaat om het verhaal, een narratief waaraan we gebeurtenissen kunnen ophangen. Des te meer als we de tijd van onze voorvaderen onderzoeken. Het raakt ook aan het romantische idee dat niemand aan zijn eigen tijd kan ontsnappen. Als we ons richten op die geschiedenis, bestuderen we eigenlijk onszelf’ schreef ik eerder al. En dat maakt het fundamenteel anders dan de natuurwetenschap. De mens bestudeert zichzelf. Dat is als de slager die zijn eigen vlees keurt. ‘Is de term ‘vaderland’ niet een erkenning dat we ons nooit echt neutraal tot ons verleden kunnen verhouden?
Maar los daarvan, waarom zou Vaderlandse Geschiedenis niet neutraal zijn? We kunnen hier een deel van het eerdere citaat herhalen: ‘het is allang niet meer bedoeld om het vaderland te versterken. Dat is een naïeve gedachte’. Maar als de term zijn negentiende-eeuwse lading heeft verloren, dan is er toch geen reden meer om het af te schaffen?

De term Vaderlandse Geschiedenis is minder praktisch

Wat is er praktisch aan ‘Nederlandse Geschiedenis’? Je verkoopt hetzelfde product onder een andere naam. Is dat niet een verkeerde focus? Bovendien vraag ik me af waarom het nu, na anderhalve eeuw, opeens niet meer te doen is om de huidige naam te handhaven. Te Velde zegt dat het makkelijker is omdat in het Engels dutch history al in omloop is. De naam ‘Vaderlandse Geschiedenis’ leent zich immers niet echt voor een vertaling. Maar levert dat echt een grote hindernissen op? Naar mijn mening is het vooral een gelegenheidsargument. En waarom zou je niet kunnen kiezen voor ‘Nationale Geschiedenis’? Dat ligt dichter bij de huidige naam aan, en is ook ruimer en opener. Is daar eigenlijk wel over nagedacht? Of was het vonnis al bij voorbaat geveld?
En als het slechts een zakelijke, praktische verandering zou zijn, waarom wordt het dan wel afgedwongen? Waarom wordt het besluit aan de top genomen zonder inspraak van onderop? Waarom zeg je als leerstoelhouder dat je best met studenten in gesprek wil, maar het besluit niet meer gaat veranderen? Waarom die rechtlijnigheid? Het was toch geen big deal, maar een zakelijke, praktische verandering?

Het vaderland

Leerstoelhouder Henk te Velde voerde aan dat van de academische staf bijna niemand tegen was. Maar geschiedenis is geen democratie ‘waar de meeste stemmen gelden’. Het is niet iets dat je kunt polderen en uitonderhandelen. Dat is namelijk politiek. Je kunt niet voor iedereen een plekje onder de zon maken, en het compromis zoeken.
Het is een bredere trend dat een groep activisten met hamer en beitel door de geschiedenis heen gaat, en haar begint te herschrijven. Dan zijn het onze zeehelden, vervolgens de gouden eeuw, en nu dus het ‘vaderland’. En een discussie over de inhoud, de waardering van ons verleden, is niet erg. Maar nu wordt dat plat geslagen door alle pijlen op de naam te richten, en het politiek te maken. Zoals gezegd komt het uit een bepaalde hoek.
Ik vind dat je je daar als wetenschap weerbaar tegenover moet stellen. En daarom herhaal ik mijn oproep: houd stand, en wees trots op die eigenzinnige term: het vaderland.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here