Krol, Kuzu, van Kooten. Kleine spelers vragen geen grote oplossingen.

Foto: Roel Wijnants

Wanneer er een nieuwe politieke partij wordt opgericht, is de roep om een hogere kiesdrempel een veelgehoorde reactie. Politicologiestudent Abel van de Sluis legt uit waarom een kiesdrempel meer problemen veroorzaakt, dan oplost.

Bij tijd en wijle laait de discussie rondom de verhoging (let op: geen invoering) van de kiesdrempel weer op. Dit is bijvoorbeeld het geval als een Kamerlid zich afsplitst en een nieuwe partij wil beginnen, zoals deze week het geval was met de Partij voor de Toekomst van Henk Krol en Femke Merel van Kooten-Arissen. Het verhogen van de kiesdrempel brengt echter meer nieuwe problemen met zich mee, dan dat het problemen oplost.

Een kiesdrempel bestaat al in Nederland: een partij moet één zetel, dus 0,67% van de stemmen, halen om in de Tweede Kamer te komen. Partijen die deze kiesdrempel niet halen komen niet in het parlement en kunnen geen aanspraak maken op eventuele restzetels. In aanloop naar de laatste Tweede Kamerverkiezingen pleitten de VVD, het CDA en 50Plus in hun verkiezingsprogramma’s voor een verhoging van de kiesdrempel. Het CDA stelt een kiesdrempel van 2% (dus drie zetels) voor, 50Plus wil een kiesdrempel van 3% (in combinatie met een Tweede Kamer van 100 zetels, dus drie zetels) en de VVD doet geen concreet voorstel voor een hogere kiesdrempel. Uit een onderzoek (‘Overheid in Nederland, 2012) onder 2600 Nederlandse bestuurders blijkt dat 56% voorstander is van het verhogen van de kiesdrempel naar 5%. Ook in de media duiken regelmatig geluiden op ten faveure van een hogere kiesdrempel. Deze pleidooien komen echter in veel gevallen van gevestigde partijen, politici en bestuurders die bang zijn voor hun eigen positie.

Bestuurbaarheid

Een veelgehoord argument voor het verhogen van de kiesdrempel is dat Nederland weer makkelijker bestuurbaar zou worden: kleine partijen vallen weg, waardoor grote partijen meer zetels halen en er makkelijker coalities gevormd kunnen worden. Het feit dat er voor een meerderheidscoalitie tegenwoordig meer dan drie partijen nodig zijn, ligt niet aan de kleine partijen. De gevestigde partijen kampen al jarenlang met een neergaande trend, waardoor er niet meer twee of drie grote partijen zijn, maar zes of zeven middelgrote partijen. Een hogere kiesdrempel kan deze steeds duidelijkere beweging in de Nederlandse politiek niet zomaar keren.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 zou een kiesdrempel van 10% (15 zetels) pas voor andere coalitiemogelijkheden gezorgd hebben. Dit zou betekenen dat zelfs een gevestigde partij als het CDA geen aanspraak had kunnen maken op een Kamerzetel. In 2017 zou een kiesdrempel van 5% al voor andere mogelijkheden zorgen, maar de vraag is of een kiesdrempel van 5% in de toekomst voldoende zal zijn. De kiezer is tegenwoordig beweeglijker dan ooit. Het feit dat partijen die sterk van elkaar verschillen toch zullen moeten samenwerken, is niet te wijten aan de opkomst van kleine partijen, maar aan de neergang van grote partijen. Een hogere kiesdrempel heeft daar weinig invloed op.

De meerwaarde van kleine partijen

Een hogere kiesdrempel vergroot de bestuurbaarheid dus niet. Los daarvan zijn kleine partijen wel degelijk van meerwaarde voor de Nederlandse politiek. In de afgelopen jaren is meerdere malen gebleken dat de regeringscoalitie steun nodig had van kleine partijen; het Lente-akkoord of de ‘constructieve oppositie’ onder het tweede kabinet-Rutte zijn daar goede voorbeelden van. Daarnaast kunnen kleine partijen een stem geven aan minder vaak gehoorde geluiden; nieuwe thema’s vinden hun weg naar het politiek krachtenveld via nieuwe partijen. Er zijn in de afgelopen jaren partijen opgericht die voor ouderen of mensen met een migratie-achtergrond opkwamen, maar ook partijen die thema’s als dierenrechten of immigratie op de kaart zetten. Dankzij het evenredige kiesstelsel in Nederland worden ook deze meningen verkondigd. Hoewel deze partijen vaak klein zijn, zetten ze bepaalde zaken op de politieke agenda waar ook de gevestigde partijen mee aan de slag moeten. Ze representeren dus minderheidsgroepen, kanaliseren wantrouwen, agenderen nieuwe thema’s en houden de gevestigde partijen nauwgezet in de gaten. Zo houden ze kiezers betrokken en de democratie levendig.

De ruimte die er voor kleine partijen met afwijkende thema’s is, draagt ook bij aan het politiek vertrouwen van de bevolking. Onderzoek van de politicoloog Marien wees uit dat het politiek vertrouwen hoger is wanneer een kiesstelsel zo evenredig mogelijk is. Ook een geringe verhoging van de kiesdrempel zou al een negatieve invloed hebben op het politiek vertrouwen: er is dan geen ruimte voor partijen met slechts twee of drie zetels, terwijl het besturen van een land niet makkelijker wordt.

Fusies en afsplitsingen

Een ander argument voor het verhogen van de kiesdrempel is dat partijfusies waarschijnlijker worden, terwijl afsplitsingen juist minder vaak zullen voorkomen. Het is echter maar de vraag of een hogere kiesdrempel daadwerkelijk dit effect zal hebben. Ten eerste is een fusie op papier vaak makkelijker te realiseren dan in de realiteit. Daarnaast zullen partijen die net net niet de kiesdrempel halen, niet geneigd zijn tot een fusie: een mislukte verkiezing betekent in een land als Nederland, waar de kiezer erg volatiel (beweeglijk) is, niet dat er bij de volgende verkiezingen geen kans op succes is. Partijen die net wel de kiesdrempel halen zullen zich juist onthouden van het (gedoog)steunen van de regering uit angst voor een afstraffing bij de volgende verkiezingen. Zo wordt de bestuurbaarheid van Nederland alleen maar kleiner.

Ook zal een hogere kiesdrempel de kans op afsplitsingen niet verkleinen. Nu al heeft afsplitsing, zoals deze week bij 50Plus gebeurde, weinig kans van slagen. In de afgelopen decennia zijn slechts DS’70, de PVV en DENK na nieuwe verkiezingen als partij in de Kamer gekomen nadat ze zich eerder afsplitsten van een andere partij. De overgrote meerderheid van afsplitsers wist bij de daaropvolgende verkiezingen geen zetel te halen. Een hogere kiesdrempel verkleint de kans op succes wellicht, maar die kans op succes is nu al miniem. 

Hand in eigen boezem

Partijen, politici en bestuurders die voor een hogere kiesdrempel pleiten, zullen eerst de hand in eigen boezem moeten steken. De oorzaak van steeds meer complexe samenwerkingen ligt niet bij de opkomst van kleine partijen, maar de neergang van grote partijen. Een hogere kiesdrempel vergroot de bestuurbaarheid niet, maar verkleint de democratische legitimiteit van het parlement. Als de gevestigde partijen weer de dienst uit willen maken, zullen ze zelf met een aansprekend perspectief moeten komen om de kiezer weer in grote getale aan te trekken. Partijen zullen zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen om weer grote groepen kiezers aan te kunnen spreken en niet de schuld bij de kleine partijen zoeken. Hopelijk denken de gevestigde partijen hieraan wanneer zij hun nieuwe verkiezingsprogramma’s gaan schrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here