Onze culturele sector moet nu veranderen om overeind te blijven

Soms lijkt het woord cultuur moeilijk te definiëren. De een legt het uit als een vorm van verheffing van het anders eentonige leven, een ander associeert het specifiek met dans, muziek of musea en weer een ander begint al te steigeren bij het horen van de verzamelnaam van dergelijke linkse hobby’s. Cultuur is niet één van deze dingen. Het is al deze dingen en nog veel meer. Het mooie aan cultuur is dat het per definitie multi-interpretabel is. Het lelijke aan cultuur is dat het onvoldoende toegankelijk is geworden voor te veel mensen.

Om de zoveel jaar steekt de discussie over de subsidies die aan de culturele sector worden verleend weer de kop op. Aan de ene kant wordt betoogd dat de sector haar eigen broek zou moeten ophouden, aan de andere kant wordt juist gevraagd om een impuls aan deze bestedingen. In dat zichzelf repeterende debat over de kosten van cultuur ontbreekt te vaak het belangrijkste element. Toegankelijkheid. Juist dit aspect zou bepalend moeten zijn voor de vraag in hoeverre de gelden die overheden aan de cultuursector besteden te rechtvaardigen zijn. Nu zoveel sectoren onder druk staan, zo ook de culturele sector, ontstaat de kans om de toegankelijkheid te herpositioneren als hoofdpunt van het toekomstige afwegingskader. Juist nu onder druk veel vloeibaar wordt, kan men zichzelf heruitvinden en toewerken naar een inclusievere toekomst.

Voor gezinnen of individuen die iedere euro drie keer om moeten draaien voor die wordt uitgegeven en meerdere keren per jaar een stukje maand overhouden aan het einde van hun geld, is het gros van het culturele aanbod niet toegankelijk. Waar een stugge lezer wellicht zou concluderen dat ditzelfde helaas voor een heleboel andere dingen ook geldt, geef ik diegene gedeeltelijk gelijk. Het verschil is in dit geval dat de culturele sector, juist gezien de meerwaarde die wordt gezien in haar producties voor de samenleving, financieel grotendeels overeind wordt gehouden door diezelfde samenleving. Niet alleen nu, in de vorm van noodpakketten, maar sinds jaar en dag en ook straks in een tijd na coronamaatregelen. Voor iedereen die van mening is dat deze financiële steun intact moet blijven, laat staan moet groeien, zouden diezelfde argumenten reden moeten zijn om te vinden dat meer culturele activiteiten toegankelijk moeten worden voor alle inkomensgroepen. Nu is de tijd gekomen om hier als sector aan te werken en als subsidieverstrekkende overheden om dit te bevorderen.

Waar de cultuursector niet alleen nu, maar altijd overeind wordt gehouden door belastinggelden moeten de toegankelijkheid en de publieksdiversiteit toenemen. Alleen wanneer hierop wordt ingezet is de overheidssteun waar deze sector nu en altijd op leunt houdbaar op langere termijn. Alleen dan is het verdedigbaar om hier structureel vele miljoenen euro´s belastinggeld voor uit te blijven trekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here