Baudet, Jetten en rechters, wie handelt er rechtsstatelijk?

Het debat over de invloed van de rechterlijke macht op de politiek is vandaag de dag weer zeer actueel. Dit komt voort uit het feit dat op drie belangrijke thema’s de rechterlijke macht in Nederland de politiek heeft teruggefloten. Dit gaat om Urgenda, de stikstofcrisis en het terughalen van IS-kinderen en daarbij hun ouders. Met name tussen de heren Baudet (FvD) en Jetten (D66) wordt dit debat stevig gevoerd de laatste tijd, maar wie handelt er nu juist?

De basis

Om te beginnen is het in deze discussie heel belangrijk om de basisprincipes te begrijpen waar deze discussie op gestoeld is. Deze zijn door Charles Montesquieu gedefinieerd in zijn boek ‘de l’Esprit des Lois’ (1748). Hierin introduceerde Montesquieu het principe van de ‘trias politica’. Drie onafhankelijke machten (wetgevend, uitvoerend en rechterlijk) die elkaar in bedwang hielden door checks en balances. Dit kwam voort uit het verlichtingsdenken na een tijd waarin koningen en regenten meermaals misbruik hadden gemaakt van hun uitzonderlijke machtspositie. In dit systeem acteren de drie machten onafhankelijk van elkaar op gelijke voet. Als een van de machten de overhand krijgt, wordt deze gebalanceerd door de andere twee, met als gevolg dat er nooit een dominante macht zal zijn. De machten acteren dus als elkaars onafhankelijke controleur. De meeste (moderne) democratieën zijn dan ook gebaseerd op dit principe. De kernvraag in deze discussie is of de rechterlijke macht op de stoel van de politiek gaat zitten door middel van deze uitspraken en daarmee dus verwordt tot de wetgevende macht, terwijl deze grondwettelijk gescheiden zouden moeten zijn. In de politieke wetenschap wordt dit aangeduid met ‘dikastocratie’ of ‘de rechtersstaat’. Reeds in 2006 werd hierover een conferentie gehouden genaamd: ‘de stoelendans met de macht’. 14 jaar later op 31 Januari 2020 gingen Jetten en Baudet met elkaar in debat bij een uitzending van Nieuwsuur. Dhr. Jetten beargumenteerde hier dat de rechtspraak een onafhankelijke macht is, en dat de politiek deze niet mag ondermijnen omdat dan juist de politiek op de stoel van de rechter gaat zitten. Dit is juist niet waar de discussie over gaat. Het nut van de rechterlijke macht zelf wordt niet in twijfel getrokken, maar haar onafhankelijkheid. Het is bij uitstek de taak van een lid van een van de andere machten (politici in dit geval) om deze onafhankelijkheid te controleren en te waarborgen. Hiervoor verwijs ik naar de principes van de rechtstaat en Montesquieu. Daarom is het argument dat de rechterlijke macht door de politiek niet bekritiseerd mag worden ook pertinent onjuist. Dit is juist een van de taken van de wetgevende macht, net zoals dit vice versa geldt. Als Jetten inbrengt dat wanneer de politiek niet tevreden is met de rechterlijke uitspraak ze de wetten aan moeten passen, doet hij zichzelf dan ook tekort doordat hij zich als parlementariër ontheft uit zijn controlerende functie van de andere machten. Baudet heeft dan ook gelijk wanneer hij zegt dat de rechterlijke macht beschermd moet worden van politieke kleuring en politieke waardeoordelen. Zij moet juist optreden als onafhankelijk controleur van de andere twee machten, net zoals de andere twee machten haar controleren. Echter is het wel aan het parlement om duidelijke wetten te maken, zodat deze niet onderhevig zijn aan interpretaties van bijvoorbeeld rechters. Een mooi voorbeeld hiervan is artikel 2 van onze grondwet (recht op leven) aan de hand waarvan nu klimaatbeleid gerechtvaardigd en afgedwongen wordt, terwijl dit artikel nooit zo bedoeld is. In dit debat is dus juist Baudet degene die zijn rechtsstatelijke taken uitvoert en Jetten degene die dat verzuimt.

Opereren buiten het mandaat

Wat zouden de gevolgen kunnen zijn van de politisering van de rechtszaal? Het ingrijpendste daarvan is nu al te zien. Individuen beginnen de rechter te gebruiken als breekijzer om politiek beleid af te dwingen en te versnellen. Juist hiermee handelt de rechter buiten zijn mandaat en wordt hij wetgever in plaats van controleur. De rechter gaat hier namelijk de wetten bepalen. De rechter zou zich dan ook te allen tijde moeten onthouden van dergelijke politieke uitspraken zoals de Urgenda-uitspraak en de uitspraak over het stikstofbeleid. Zij zou onafhankelijk moeten controleren of de gemaakte wetten tot uitvoer worden gebracht, zonder hier een politiek oordeel over te vellen of hier dingen aan toe te voegen.

Uitvoeren of verzuimen?

In dit debat is Baudet degene die zijn taken uitvoert, namelijk een onafhankelijke macht die een andere onafhankelijk macht controleert en Jetten degene die dit verzuimt. Juist het feit dat Baudet dit aankaart, is de trias politica in optima forma. De rechterlijke macht handelt buiten zijn mandaat en de wetgevende macht trapt op de rem en balanceert dit. Daarom is het cruciaal dat de Tweede Kamer in dit debat zelf deze balancering in handen neemt en dergelijke onderzoeken niet uitbesteedt aan de Raad van State en andere instanties. De gekozen volksvertegenwoordigers die de wetgevende macht vertegenwoordigen zijn soeverein. Omdat zij dit mandaat hebben gekregen van het Nederlandse volk, moeten zij optreden en geen instantie die niet zelf verkozen is. Daarom zou ik ook een ieder willen oproepen om in deze discussie goed na te blijven denken en zelf op onderzoek uit te gaan en niet blind te varen op het beeld dat u van sommige mensen vooraf heeft. Ondanks dat Baudet vaak in opspraak komt, in tegenstelling tot Jetten en niet bij iedereen even populair is, is juist hij dus degene die hier rechtsstatelijk en politiek correct handelt.

2 REACTIES

  1. Recht op leven is niet artikel 2 van onze grondwet, dat recht staat zelfs niet expliciet in onze grondwet vermeld. Wel is het opgenomen als artikel 2 in de Europese Rechten van de Mens.

    Dat artikel houdt ook in dat ieder mens recht heeft op een *gezond* leven, iets wat door stikstof wel degelijk wordt aangetast. Zo lopen er al jaren onderzoeken die de connectie tussen de hoge stikstof concentratie in Noord Oost Brabant verbinden aan allerlei long- en luchtwegen ziektes.

    Hoewel ik je artikel op bepaalde vlakken niet overtuigend vindt, mede ook vanwege hierboven uitgelegde fouten, ben ik het wel met je eens dat de kamer moet optreden om schending van de scheiding der machten te voorkomen. Mijns inziens doen ze dit, zoals je al zegt, het best als ze duidelijke wetsvoorstellen indienen, waardoor de rechter er niet aan te pas hoeft te komen.

  2. Je schrijft: ‘Baudet heeft dan ook gelijk wanneer hij zegt dat de rechterlijke macht beschermd moet worden van politieke kleuring en politieke waardeoordelen’. Dan vraag ik mij af: is Baudet hier niet degene die een politiek waardeoordeel velt over rechterlijke uitspraken, waarmee hij de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht onder druk zet? De rechterlijke macht moet onafhankelijk van de politiek haar uitspraken kunnen doen. Wanneer de politiek invloed gaat uitoefenen op de rechterlijke macht, dan ga je in de richting van een staat waarin de politiek alles voor het zeggen heeft: denk bijvoorbeeld aan Turkije en Hongarije, waar die vervelende, altijd zo kritische rechters de mond worden gesnoerd. Nu gaat het in Nederland natuurlijk niet zo ver, maar dit geeft wel goede reden om je als politiek terughoudend op te stellen als het op rechtszaken aankomt.

    ‘Zij [de wetgevende macht] moet juist optreden als onafhankelijk controleur van de andere twee machten, net zoals de andere twee machten haar controleren’. Dat is niet waar. De wetgevende macht maakt de wetten en legt verantwoording af aan het volk. De uitvoerende macht voert deze wetten uit en legt verantwoording af aan de wetgevende macht. De rechterlijke macht is ingesteld als onafhankelijke controleur van de wetgevende en uitvoerende macht en controleert de uitvoering van de wetten. De wetgevende macht heeft niet als functie om de rechter te controleren; daarmee worden Hongaarse taferelen voorkomen.

    Natuurlijk is het niet zo dat de politiek helemaal niets mag zeggen over de rechterlijke macht. Ik denk dat het goed is dat rechters zo nu en dan scherp gehouden worden door geluiden uit de samenleving. Maar om te zeggen dat het de taak van de wetgever is om de rechter te controleren, is simpelweg fout. De rechter heeft in de Urgenda- en stikstofzaken de politiek aan de regels gehouden die zij zelf heeft opgesteld. Mensen mogen in onze rechtsstaat – gelukkig maar – naar de rechter stappen als zij menen dat de overheid inbreuk maakt op hun rechten. Als de politiek vervolgens naar de rechter gaat wijzen als de uitspraak een keer niet bevalt, wijst de politiek met drie vingers naar zichzelf.

    P.S. Het is mooi als de wetgever zo duidelijk mogelijke wetten opstelt, maar iedere eerstejaars rechtenstudent zal je vertellen dat open normen in het recht helaas onvermijdelijk zijn. De samenleving verandert sneller dan ooit, en het is onmogelijk om voor iedere rechtszaak uit het verleden en de toekomst een regel op te stellen die bij voorbaat voor 100% duidelijkheid zorgt. Enigszins open normen en de interpretatie van regels zijn dus inherent aan een goed werkend rechtssysteem.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here