Aftellen naar 1 juni. De solidariteit van jongeren verdient meer credits.

Foto: Kennisland

Over precies een week is het 1 juno. Geheel toepasselijk zal de horeca om 12 uur ´s middags op deze Tweede Pinksterdag de steen voor haar tijdelijke rustplaats wegrollen en opstaan zoals onze lieveheer dat volgens de navertelling ook ooit deed. Of was dat met Pasen? Never mind. Belangrijker dan een geslaagde metafoor is dat de grootste versoepeling sinds de intelligente lockdown intrad aanstaande is. Terwijl de voorwaarden waaronder de horeca haar deuren weer mag openen iedere dag veranderen kijkt zo’n beetje heel Nederland uit naar dat moment waarop eindelijk neergeploft kan worden op het terras. In aanloop naar ons eerste terrasbezoek voelen veel van ons zich gedwongen om een belangrijke afweging te maken. Wordt het een ouderwets koud pilsje? Een simpele, maar inmiddels ook nostalgische keuze omdat we juist dat zo hebben gemist. Of pakken we meteen uit met iets sterkers om het gemis van de afgelopen maanden weg te spoelen of met een kleurrijke cocktail de hernieuwde vrijheid te vieren?

Waar we ook voor kiezen, de dorst is groot. Het verlangen is massaal en we tellen gezamenlijk af naar dat ene moment. Bijvoorbeeld met de 1 juni countdown. Terwijl dat moment steeds dichterbij komt is er nog veel onzeker. Het kabinet verlengde de steunmaatregelen voor ondernemers onlangs, maar hoeveel horecamedewerkers gaan de komende maanden hun baan verliezen, wanneer blijkt dat zij in deze voorlopige nieuwe werkelijkheid overtallig zijn? Hoeveel horecaondernemers leefden in de veronderstelling dat hun gedeeltelijke heropening de financiële gaten in de steunregelingen zou vullen, maar komen de komende periode bedrogen uit? Blijft het goed gaan of leidt deze aanstaande versoepeling tot een volgende beperking?

Zelfs wij van Politiek van Morgen hebben, ondanks de vooruitziende blik die wij in onze naam pretenderen te hebben, geen glazen bol. Het is met geen mogelijkheid te zeggen. Wat wel valt te zeggen is dat jongeren toe zijn aan meer bewegingsruimte. Een deel heeft die zichzelf de afgelopen weken steeds meer toegeëigend, een ander deel heeft die vanaf de start van deze volksgezondheidscrisis nooit ingeleverd, maar veel van ons hebben zichzelf ondergedompeld in de social distancing. Het lijkt een taboe om te benoemen dat wij hiermee een groot offer hebben gebracht. Jongeren lopen de minste risico’s om door de ziekte te worden getroffen, maar delen in de beperkingen. Natuurlijk in de eerste plaats voor onze geliefden in risicogroepen en voor andere generaties of risicogroepen in het algemeen, maar ondanks de vanzelfsprekendheid waarmee dit ter kennisgeving lijkt te worden aangenomen is het een stevig gebaar van solidariteit.

Voor die solidariteit zouden wij meer mogen terugkrijgen. Onze bijbanen staan onder druk of zijn verdwenen. De kwaliteit van ons onderwijs neemt ondanks alle goede bedoelingen en de tomeloze inzet van docenten en professoren af nu alles is gedigitaliseerd. We lopen daardoor studievertraging op of tenminste verworven kennis mis. Wanneer ons inkomen afneemt zegt de minister dat we maar meer moeten lenen. Wanneer kwetsbare studenten hun huur niet kunnen betalen zegt het kabinet dat huisuitzetting tijdens de coronacrisis is verboden. Leuk. Maar geen oplossing voor een torenhoge huurschuld, bovenop een torenhoge studieschuld, want o ja, we moesten maar meer lenen.

Het kabinet heeft veel van jongeren gevraagd en veel van ons hebben zonder na te denken een vanzelfsprekende solidaire opstelling ingenomen. Daar moet nu meer begrip tegenover komen te staan. Wij leveren nu en straks een enorm deel van onze vrijheid in. Uit solidariteit. Maar daar staan slechts een handvol slappe gebaren tegenover. What about us? Geef meer credits.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here