Morgen toen de wereld na corona begon. Het nieuwe werken.

Foto: Roy Beusker

De coronacrisis en de bijbehorende coronamaatregelen hebben de wereld veel gekost. Daarnaast levert het ons nieuwe inzichten op. In deze terugkerende rubriek kijken we vooruit naar de wereld na corona. Vandaag kijken we naar ‘het nieuwe werken’.

Nederland is een land van kantoren. Veel van ons reisden werkdagelijks af naar het kantoor van onze werkgever om achter een bureau met een computer en een telefoon, omringd door collega’s achter een ander bureau met een andere computer en een andere telefoon onze werkdag te beginnen. In de pauze strekten we de benen, maakten we hetzelfde ommetje met dezelfde collega’s of rookten we een volgende sigaret op dezelfde plek. Iedere dag leek op de vorige en het uitzicht van morgen was weinig vernieuwend.

De afgelopen weken hebben ons geleerd dat zelfs zonder grondige voorbereidingen voor veel banen geldt dat we die ook buiten kantoor kunnen uitvoeren. Vooralsnog zien we dat als een noodzakelijk kwaad en zeker in crisistijd is het primair gezien ook weinig meer dan dat. In het verlengde daarvan levert het ook de voorlopige conclusie op dat een deel van onze werkzaamheden niet in kantoorpanden hoeft plaats te vinden. Straks als de wereld na corona begint, moeten we dat niet vergeten. Thuiswerken werd lang als niet volwaardig gezien, maar die werkvorm daar waar mogelijk structureel omarmen kan ons veel opleveren. Denk maar eens aan de files die we kunnen voorkomen, wanneer forenzen zich niet tweemaal per dag door een verkeerspiek hoeven te bewegen. Aan de publieke kosten die in het openbaar vervoer kunnen worden bespaard wanneer de massale reisbewegingen in de spits plaatsmaken voor een kortere reis van slaapkamer, naar badkamer, naar keuken voor een ontbijtje en vervolgens naar een willekeurige plek in huis waar de wifi optimaal functioneert. De uitstoot van schadelijke stoffen door onze reisbewegingen worden als bijkomstigheid ook nog eens teruggedrongen en door een in de toekomst teruglopende vraag naar kantoorruimten groeit de ruimte voor woningbouw en hoeft dit niet alleen ten koste van natuur te gaan.

Het nieuwe werken kan ons dan ook veel opleveren. Hoewel het een illusie is om te denken dat alle werkzaamheden thuis kunnen worden uitgevoerd of dat iedere vergadering digitaal dezelfde effectiviteit kan hebben als fysiek biedt een betere balans ons veel goeds. Cruciaal hierin zijn twee aspecten. Allereerst de digitale vaardigheid die onder nieuwe generaties al volop aanwezig was en die onder oudere generaties werknemers de afgelopen weken ook sterk is toegenomen. Ten tweede hebben we juist de afgelopen weken gemerkt dat een stabiele en snelle internetverbinding niet langer alleen een wenselijke luxe, maar in veel gevallen ook een absolute noodzaak is geworden. Een deel van ons zal ook hebben gemerkt dat thuiswerken nadelen heeft. De afleiding door kleine kinderen, verbouwende buren of de vaatwasser die nog even uitgeruimd moet worden komt onze productiviteit niet per se ten goede. Toch kan ook daar – waar die problematiek een structurele slag naar dit nieuwe werken bemoeilijkt – het nieuwe werken toch gestalte krijgen. Het zal weinig politieke volgers verbazen dat het wijlen Pim Fortuyn was die al rond de eeuwwisseling pleitte voor een vergelijkbare overgang.

Terwijl ons digitale tijdperk, hoe gek het voor onze generatie ook is in te beelden, nog maar amper was begonnen en de mobiele telefoons nog leken op een mini-koelkast met een antenne, pleitte Fortuyn voor wat hij ICT-paviljoenen noemde. Alleen de naamgeving maakt al duidelijk hoe vroeg hij erbij was, alleen de inhoud van zijn plan maakt al duidelijk hoe briljant deze man was.

De ICT-paviljoenen die Fortuyn bepleitte zijn grote publieke ruimtes die lokaal worden gefaciliteerd en zijn voorzien van het allersnelste internet. Hier kan iedereen gebruik van maken, onder optimale omstandigheden en belangrijk: in de eigen omgeving. Hierdoor kunnen reisbewegingen worden beperkt doordat de historische koppeling tussen wonen en werken wordt omgedraaid en het bijbehorende woon-werkverkeer in noodzakelijkheid afneemt. Waar vroeger tijdens het industriële tijdperk en eigenlijk tot ver in de vorige eeuw mensen in de schaduw woonden van de fabrieken van hun werkgever, komt de werklocatie nu richting hun woongebieden. Daar waar in dit toekomstbeeld nog gereisd wordt, gebeurt dat op minder drukbezette wegen en waar we voorheen omringd werden door collega’s achter computers, worden we dan omringd door wijks- dorps- en stadsgenoten met een laptop.

Morgen toen de wereld na corona begon kan het nieuwe werken een balans zijn tussen thuiswerken, kantoorwerken en de ICT-paviljoenen van Fortuyn. Laten we ons nu gaan voorbereiden op morgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here