Komkommernieuws: Ketamine bezorgt kabinet hoofdbrekens
- Anis Kraaijeveld

- 4 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Het kabinet ziet signalen dat het niet-medische gebruik van ketamine in Nederland toeneemt. Toch komt er voorlopig geen besluit om het middel op de Opiumwet te plaatsen.
Dat blijkt uit een zomerse brief over het drugsbeleid van minister van Volksgezondheid Sophie Hermans. Het ministerie kreeg in 2024 signalen dat het gebruik van ketamine buiten medische toepassingen toenam. Vervolgens werd een uitgebreide risicobeoordeling uitgevoerd. Die beoordeling levert geen eenduidig advies op over een verbod.
Ketamine is geen standaard drug
Ketamine is namelijk een bijzonder middel. Het wordt niet alleen recreatief gebruikt, maar heeft ook belangrijke medische en veterinaire toepassingen. Het wordt onder meer gebruikt als pijnstiller en verdovingsmiddel in de intensive care, ambulancezorg en diergeneeskunde.
Het kabinet schrijft dat "de mogelijke effecten, voor- en nadelen van de toevoeging van ketamine aan de Opiumwet nader [dienen] te worden onderzocht.”

Een onmiddellijk verbod kan dus vraagtekens zetten bij de rechtmatigheid van de regulering van de medische keten. Tegelijkertijd wil de overheid het groeiende niet-medische gebruik beter in kaart brengen en de gezondheidsrisico’s beperken.
Daarom wordt ketamine opgenomen in toekomstige rioolwatermetingen. Het RIVM en het Trimbos-instituut gaan jaarlijks landelijk onderzoek doen naar drugsgebruik. Ketamine wordt daarbij genoemd als mogelijke uitbreiding van de middelen die worden gemeten.
Ook preventie krijgt extra aandacht. In het najaar wil het kabinet extra preventieactiviteiten voor ketamine uitvoeren, gericht op gebruikers. Daarnaast komt er meer voorlichting voor ouders.
Discussie doorgeschoven naar Brussel
De juridische discussie wordt voorlopig naar Europees niveau verplaatst. Ketamine valt op dit moment niet onder de internationale drugsverdragen van de Verenigde Naties. Bovendien is de markt grensoverschrijdend.
Dat maakt een nationaal verbod ingewikkeld. Als ketamine in Nederland wordt verboden terwijl de productie en handel in andere landen legaal blijven, kan een deel van de markt zich eenvoudig verplaatsen. Het kabinet kiest daarom voor een voorzichtige route: eerst meer meten, meer preventie en overleg met andere Europese landen.
In het najaar komt het kabinet terug bij de Tweede Kamer. Dan wordt bekeken of de verzamelde informatie aanleiding geeft om de plaats van ketamine op de Opiumwet opnieuw te beoordelen.
Daarmee doet het Nederlandse drugsbeleid nog maar eens wat het altijd al deed. De overheid ziet een probleem ontstaan, maar heeft geen overtuigende oplossing.

